Lidwien's profiledaantjes avonturenhoekjePhotosBlogListsMore ![]() | Help |
|
December 01 Drie 'ikjes' Borrelpraat Een vriend van me viert zijn vijftigste verjaardag met een feestelijke licht aangeklede borrel. Met een aantal Zeeuws Vlaamse heren bespreek ik het nut van roken en het rookverbod tot de nieuwste plannen voor de Hedwigepolder, volkomen kolder. Uiteindelijk komt de dolgedraaide vleesindustrie aan bod. Al die volle stallen en doorgefokte dieren dat kan niet goed zijn. Laat de dieren weer lekker buiten lopen in de wei. De varkenspest komt ook nog even langs, maar het bleef bij borrelpraat. “Weet je hoe het is om 2500 biggen af te moeten maken met een spuitje?” zegt de man tegenover mij. “2500 per dag” zegt hij ontdaan en met tranen in zijn ogen. Voor mij leek de varkenspest een eeuwigheid geleden, voor hem was het vandaag. Recht Vanuit mijn ooghoek zie ik de vrouw met vaart het HEMA-restaurant binnenkomen. Ze is middelbaar en groot, heeft een paarse oorband om, een milieuvriendelijk linnen tasje aan de schouder geklemd en een blik van ‘een rij is niets voor mij’. Ze neemt een muffin en passeert in volle vaart de voorgangers die zich in een wat rustiger tempo langs de taartjes en koffie begeven. Tactisch voegt ze in voor een man die net zijn keuze voor koffiesmaak heeft doorgegeven. Het gaat zo snel dat de wachtenden het voordringen niet door lijken te hebben. Is het de angst voor de reactie als men er wel iets van zou zeggen? Want de vanzelfsprekendheid van haar voordringrecht straalt streng van haar gezicht af. IDFA Het is weer IDFA, dus gezellige drukte bij de Munt en het Tuschinski. Ik ben op weg naar een vriendin van mij die er werkt. Gezellig even kletsen in het donker van het operateurshok met het rustgevende geratel van de projector op de achtergrond. Alhoewel dat laatste steeds zeldzamer wordt door het oprukkende betacam-sp-bandenleger. In de bioscoop is een dubbel publiek, het ‘gewone’ en die van het festival. De kaartcontroleur moet het allemaal maar uit elkaar zien te houden. Ik heb geen kaartje, want ik ga niet naar de film. De jongeman ziet mijn mobiele telefoon in mijn hand kijkt ernaar, knikt en zegt:‘ Dat is dan twee roltrappen omhoog, zaal 10, prettige voorstelling’. July 25 De filmadviseur“ Heppu misschien wat kleingeld voor mij?” Kortaf zeg ik hem nee. Soms heb ik gewoon geen zin in bedelaars en al helemaal niet in deze. Ik heb hem wel eens vaker gezien, maar kan me niet meer voor de geest halen waarvan. Het is een stoere vent met zo’n onvermijdelijk ‘jaren tachtig snelle mannen staartje’. Waarschijnlijk heeft hij ooit betere tijden gekend. Ondertussen sta ik de lijst met films te bestuderen. Er is niet veel in Pathe De Munt. “Als u wilt weten wat een goeie film is dan kan ik u helpen hoor, want ik heb ze allemaal gezien” zegt de man. Das best knap bedenk ik als je geen geld hebt. Is dit nou een niet al te slimme ‘bedelaar’ of gewoon een sjofel tiep die gewoon een gratis pintje wil? Hij begint een heel verhaal en uiteindelijk raadt hij mij The incredible Hulk aan. Dat Edward Norton een goede acteur is daar zijn we het over eens, maar of de Hulk nu wel iets vor mij is? De tv-serie vond ik al niks. Dan ga ik nog liever naar Mamma Mia om Pierce Brosnan, Colin firth en Meryl Streep te horen zingen. Het is eigenlijk veel te lekker weer om binnen te zitten en met de smoes ‘ik keek alleen maar wat er draaide’ loop ik weer verder de stoere man achterlatend. Die heeft al snel weer een nieuw slachtoffer gevonden. Dit keer heeft hij beet. Hij gaat niet naar de film. May 21 Zonderling ZoetermeerZonderling Zoetermeer
“Nou ik heb een krentenbrood gekocht en ook wat krentenbollen, het is toch wat hè?” Een lange slungelige man met kort zwart grijzend haar en een nogal geprononceerde kin en neus kijkt me vrolijk en vragend aan. In zijn rechterhand heeft hij een grijs plastic tasje van een of ander bedrijf. Hij torent hoog boven mijn gestalte uit en knijpt zijn ogen tegen de zon toe. Ondertussen begint hij een heel verhaal over bandjes uit 1993. “Ja dat was me wat hoor, ik heb er nog een hoop, maar ja ze zijn natuurlijk vreselijk ouderwets en gisteren gingen ze allemaal in elkaar.” Eerlijk gezegd kan ik er al snel geen touw meer aan vast knopen wat deze man nu allemaal te melden heeft, behalve dat ik een vermoeden heb dat er in de buurt vast een instelling of beschermde woonvorm moet zijn. Even eerder ben ik ook al vriendelijk begroet door een heer met krukken die in gezelschap was van een jonge vrouw in een soort van militaire uitdossing met een insigne van het Israëlische leger op haar liboza, zeg maar de linker bovenzak. Ze hadden net aan de waterkant van het zonnetje zitten genieten.
Ik was onderweg van de ene naar de andere afscheidreceptie in Zoetermeer. Een oord waar ik alleen maar lelijke nieuwbouwbeelden van op het netvlies krijg, maar nu was ik eindelijk in een ander Zoetermeer beland. Een mooie dromerige waterkant met ruisend riet en badderende meerkoeten. Eigenlijk een typisch ‘Ontdek je plekje’-plek. Een mooi beeld uitsnijden om de toch immer aanwezige nieuwbouw heen. Om dit dan weer van een overenthousiast commentaar te voorzien al zou het om het 9e wereldwonder gaan.
“Ik woon nu gelukkig in mijn flat, maar oh oh ze heeft er weer een zooitje van gemaakt in de keuken. Je kent haar wel toch?”, de man was nog steeds bezig met zijn verhaal en ik moest nodig afscheid nemen voor hij een nieuw hoofdstuk aan zijn brood en bandjes zou toevoegen. Het scheelde niet veel of hij wilde uit gaan wijden over het etablissement waar naar ik op weg was. Misschien heeft John Gray van de vrouwen van Venus en mannen van Mars toch een beetje gelijk. Als vrouw onderbreek je iemand die aan het woord is niet zo snel, dus luister je geduldig naar de onnavolgbare logica over krentenboord en hopeloos ouderwetse cassettebandjes uit 1993.
De man heeft duidelijk plezier in het praatje en geniet ondertussen van het weer. Zou hij elke voorbijganger aanspreken om zijn verhaal te kunnen doen of was ik weer het ‘willige slachtoffer’? eigenlijk maakte me dat niet veel uit. Dit soort ontmoetingen geven tenminste kleur aan de dag. Zelfs in Zoetermeer. May 06 4 meiMidden op het grasveld staat een werkloze barbecue. Eenzaam achtergelaten door het gezelschap, of staat ze te wachten tot ze weer gebruikt gaat worden? Aan haar voeten fladdert een Albert Heijntas met zijn herkenbare blauwe hengsels. De barbecue kleurt mooi met haar zwarte bolbuik bij het groene gras. Op de achtergrond hebben de gibbons het duidelijk druk met elkaar. Het stimuleert ook andere dieren in Artis om een geluid te laten horen. Zij zijn zich niet bewust van de twee minuten van de vierde mei. Een passerende auto wel, maar die trekt zich er niets van aan. Dit jaar wilde ik eens een andere herdenking bijwonen en ben ik meegelopen met de plantage-Weesperstraat buurtvereniging. Zij maken een korte rondgang langs een aantal monumenten en herdenkingsplaten in de buurt. Op weg ernaar toe zitten aan de waterkant nog een aantal mensen na te genieten van het zonnetje en de picknick. als we even later langs lopen hebben de wijn en lekkernijen opgeruimd, want zoveel vertier hoort niet op deze dag en zeker niet in deze buurt van Amsterdam. We zijn op weg naar het Wertheimpark waar zich het Auschwitzmonument bevindt. De man die voorop loopt legt er namens de buurtvereniging een krans en ook andere deelnemers leggen er bloemen. Veel zonnebloemen. Er wordt geen woord gezegd, behalve door een dronkelap die domicilie in het park houdt. hij bralt wat, maar niemand laat zich door hem van de wijs brengen en zacht murmelend gaat de stoet weer verder de Plantagemiddenlaan op. Vreemd om nu eens niet in de Hollandse Schouwburg te zijn, maar nu halt te houden bij de voormalige crèche. Ook hier wordt weer zwijgend een krans aan de herdenkingsplaat bevestigd en door anderen wat bloemen gelegd. Vervolgens gaat het richting Studio Plantage. We lopen zwijgzaam langs het goedgevulde terras. Zij kijken naar ons en wij proberen hen te negeren. Het is een vreemde gewaarwording, maar nu eenmaal een realiteit. Niet iedereen heeft behoefte aan herdenken op vier mei. Nog een geluk dat de muziek is uitgezet, maar ik krijg niet de indruk dat men zich de drank en het eten minder laat smaken. Als wij zijn voorbijgetrokken hebben ze hun uitzicht weer terug. Op een van bezoekers uitpuilende ingang van de Hollandse Schouwburg. Ik zou geen hap meer door mijn keel kunnen krijgen. Op de trap voor het voormalig Bevolkingsregister zitten twee mensen die niet echt van zins om wat ruimte te maken voor de krans die ook hier zwijgzaam bevestigd dient te worden. Weer staat de stoet een moment stil bij de namen van de gefusilleerden. weer zijn er anderen die ons bekijken als buitenstaanders. Bij het monument van het kunstenaarsverzet wordt de laatste krans gelegd en spreekt de leider voor het eerst de groep toe. Er staan hier al wat meer mensen de groep op te wachten en met elkaar gaan we de twee minuten in. Het is stil, maar niet meer zo stil als vroeger. Men stapt niet meer uit zijn auto of van zijn fiets. Jammer want toch besef ik iedere keer weer in welke luxe ik ben geboren en opgegroeid. Een luxe die eigenlijk geen luxe zou moeten zijn. Ik loop na afloop de tentoonstelling af over de dames Truus en Freddie Versteegen en Hannie Schaft. Moedige jonge vrouwen die zelfs de wapens ter hand hebben genomen. Na de koffie ga ik maar naar huis. Zwijgend loop ik langs de huizen die vrijwel allemaal zijn terug te vinden op het digitale Joods monument. Inderdaad er rest alleen stilte. April 24 Verlangen“Oh waar ga je naartoe?”, vraag ik op deze vroege morgen. “Naar Parijs” is het antwoord. Daar sta je dan op een ochtenddruk Amsterdam Centraal, oog in oog met een bekende uit het verleden. De bekende die nu de blik heeft van de man die naar Parijs gaat, terwijl aan mij niet te zien is dat ik op weg ben naar Zoetermeer. Als ik mijn ogen sluit dan zie, hoor en ruik ik de lichtstad weer. Ik heb geen idee hoe het komt, maar als ik in Parijs ben dan zweef ik. Toen ik op de middelbare school zat had ik het plan om er de echte Nederlandse keuken te gaan promoten. Een leuk eettentje met een winkeltje waar de stamppot, maar ook de wentelteefjes op het menu zouden staan. Natuurlijk met de meest mooie Franse benamingen. Daar zou vast behoefte aan zijn, want de gewone Nederlandse keuken kan echt lekker en gevarieerd zijn, vooral als het over toetjes. Aan de andere kant is er genoeg culinair te genieten in Parijs, ook in de winkels en supermarkten.
Ik ben eigenlijk stik jaloers op mijn oude studiegenoot en al die anderen. Amsterdam mag dan ook best een mooie en leuke stad zijn, het is vergeleken bij Parijs toch een durp. Een heel smerig durp, ook dat nog. Afgelopen zondag zat het monument op de Dam weer vol van de zon genietende toeristen. Op zich een leuke en kleurig gezicht vooral door al de papieren en blikjes die erbij rondzwierven. Wat bezielt mensen om een nationaal monument als afvalbak te gebruiken en dan vrijwillig tussen het vuil te gaan zitten?
Nee, dan Parijs met zijn boulevards, verzorgde mensen, kleine verrassende winkeltjes en vooral haar grandeur. Niet van dat benauwde en kleinburgerlijke waar sommigen in Nederland heel erg trots op blijken te zijn. In Parijs kijk je wel twee keer uit voor je je rotzooi zomaar achterlaat op een gazon in de Tuillerieën. Toegegeven, er staan wel overal afvalbakken en de straten worden er elke dag schoongespoeld. In Amsterdam is het vaak zoeken geblazen naar dit nuttige straatmeubilair en als die wel te vinden is dan schijnt de hand-armcoördinatie van de gemiddelde Nederlander en de hem naäpende toeri dermate slecht ontwikkeld te zijn dat de folklore van het zwerfvuil blijft bestaan.
Is dat hetgeen wat ik dan zo mis in Amsterdam en wat mij zo doet verlangen naar het Franse Joie de Vivre? De liefde voor je stad en er dus zorg voor dragen dat het er leefbaar blijft? Je niet druk maken over futiliteiten, maar elkaar gewoon met rust laten? Alhoewel de rellen in de banlieus natuurlijk wel ergens over gingen, want Parijs is nou ook weer geen paradijs. Het komt er alleen zo nu en dan zo dicht bij in de buurt. March 25 PaasrituelenPaasrituelen
Eerste paasdag is over het algemeen voor de fietser in Amsterdam geen echt genoegen. De fietspaden worden overbevolkt door slenterende toeristen bij wie het reactievermogen op de fietsbel zeer onderontwikkeld is gebleven. Deze combinatie zorgt voor een aardig tijdverdrijf op deze feestdag, maar dan moet het wel goed weer zijn. Vandaag is de straat vrijwel uitgestorven en door de voorbijrazende sneeuw is de overkant van de straat bijna niet meer te zien. Mijn traditionele eerste paasdag ontspanning valt op deze manier in het water en de zin in schoonmaken en opruimen van mijn huisje is ver te zoeken. Een betere smoes om weer eens lekker met een autootje over de snelwegen te karren heb ik niet nodig. Hoe klein Nederland ook is de weersomstandigheden kunnen er wonderbaarlijk verschillen. Van een sneeuwstorm in Amsterdam is het bij de afslag Lochem een zonovergoten frisse dag. In het zonnetje staat een grote zwarte Mercedes op de vluchtstrook. Een ietwat gezette man zwaait met een kaart in zijn hand om hulp zodra hij mij ziet aanrijden. Eerlijk gezegd weet ik niet of ik nou stopte uit menslievendheid of pure nieuwsgierigheid, maar de zon had duidelijk een positieve invloed op mijn contactantenne.
De man, die toch ietwat groezelig oogde, opende het portier en vroeg ik Duits sprak. ‘Haben Sie Benzinn?’, vroeg hij met een lichte onrust in zijn stem. Was ik van hier en of ik een benzinestation in de buurt wist. Mijn antwoord was de vraag of hij een draagbaar tankje bij zich had. De taalverwarring werd er alleen maar groter op toen hij me een vreselijk lelijke dikke goudkleurige ring wilde geven. ‘Ich habe kein Geld und meine Bankkarte machts hier nicht’. In de auto zaten ook nog zijn vrouw en kinderen en hoe moesten ze nu thuis komen? Tja wat doe je met je gezin in een ander land zonder geld op zak was mijn er verder niet echt toedoende opmerking. Weer kreeg ik de ring aangeboden waarvan me niet eens duidelijk was of hij wel van echt goud was en me deed denken aan een ander paasritueel in de stad.
De mannen met héle sterke verhalen van hoog zieligheidgehalte die een financiële bijdrage voor een treinkaartje of iets dergelijks wensen. Ik ben er ooit één keer ingestonken. Een man in de trein die geen geld meer had voor een treinkaartje en op weg was naar zijn zieke moeder. Hij liet me zijn paspoort zien en ik mocht zijn bankgegevens overnemen en wat al niet meer en hij schreef braaf mijn gironummer over. Kortom hij deed er alles aan om heel betrouwbaar over te komen en hij zag er ook keurig uit. Toen ik hem de ¦25,- gaf en hij de coupé verliet voelde ik de nattigheid. Geld kwijt natuurlijk en een vader die maar niet kon begrijpen dat ik zo stom geweest was. Dat ik oog had voor de noden, ook al waren ze vals, van mijn medemens werd door hem totaal over het hoofd gezien. Het gevolg was dat mijn blik voor deze noden ernstig vernauwde en er bij mij geen dubbeltje meer af kon. Geldklopperij of niet, de krent in mij was ontwaakt. Jarenlang heb ik deze houding kunnen handhaven tot een paasochtend.
Ik was op weg naar een vriendin ergens op de gracht en had een werkelijk pesthumeur. Hoe ze het zien weet ik niet, maar ik zag een man aan de rand van de stoep en uit alle voorbijgangers koos hij mij natuurlijk uit. Al snel maakte ik hem duidelijk dat ik geen zin had om maar een cent af te geven en toch bleef ik daar vraag met mijn fiets staan. Het was een en al kommer en kwel. Hij had autopech en nu stond die auto ter hoogte van Sloterdijk en zijn garage was in Almere en of ik geld had voor de trein naar Almere en een kwartje om te bellen en ook zijn kind lag nog in de auto in Sloterdijk. Voor ik het wist was mijn humeur omgeslagen in een grote lachbui. Het verhaal werd steeds absurder en hilarischer en hij geloofde het allemaal ook nog. Dat er geen bal van zijn verhaal klopte was me al vanaf het begin duidelijk, maar uiteindelijk heb ik hem ¦8,- gegeven. Niet voor de trein, maar omdat hij mij een uur lang heeft geamuseerd als een volleerd conferencier.
De man op de afslag met de lelijke ring in zijn hand wordt steeds ongeduldiger als hij merkt dat ik niet echt val voor zijn aanbod. Wat moet ik met een vreselijk lelijke ring waarvan ik betwijfel of die wel van echt goud is? Wat is dit voor absurde situatie? Hij heeft geen tankje, wil niet naar een benzinestation, heeft geen geld, geen credit card, maar wel een dikke Mercedes. Tja en dan gebeurt het dodelijke voor een bedrieger of een echt in nood verkerend mens; Mijn argwaan is gewekt en in een flits schieten er allerlei scenario’s door mijn hoofd waarbij ik uiteindelijk ontzield eindig in een bos. Ik sluit het gesprek af en met een sorry hier kan ik niet aan beginnen rijd ik verder het mooie weer in. ‘Wel een mooie scene trouwens voor een spannende film!’, denk ik nog als ik de bocht omsla en de man mopperend naar zijn auto zie lopen. February 20 Gemengde gevoelensGemengde gevoelens Zingen in Birkenau? Nu ik hier na dertien jaar weer terug ben, in wat de resten zijn van waartoe de ‘beschaafde wereld’ op haar dieptepunt toe in staat was, ben ik er nog niet over uit. Wat moet, kan of mag ik daarvan denken? Waar moet ik met mijn gevoelens heen die overgeleverd zijn aan een op hol geslagen achtbaan. Zingen is leuk en bevrijdend, maar nu even niet. De natuur was er op deze negende mei eerlijk gezegd ook niet geheel uit. Wolken, zon, regen of wind, het was om het even, maar wel stiekem met de natuureigen timing. In ieder geval zag de ‘Tsoekoenft’ er niet zo rooskleurig uit zoals het gelijknamige lied wil doen hopen. Ritmisch stort de regen neer op de haag pluutjes om zo ongeveer gelijktijdig met het einde van het lied te stoppen. Toeval? Vogels die stil worden van ‘O koem sjoin sjtiller Ovent’. Toeval? Doorbrekende zonnetjes. Veel emoties en tranen. Zeker geen toeval. Vijfenzestig jaar geleden, om precies te zijn op 29 juli 1942, moet even buiten de poort van Birkenau Joseph Nikkelsberg met zijn moeder de laatste weg zijn gegaan naar het kleine rode- of kleine witte huis. Twee dagen daarvoor was hij op zijn 4e verjaardag op transport gezet naar het oosten. Telkens als ik de datum op de site Joods monument zie denk ik; ‘Gelukkig’ was hij samen met zijn moeder en was hij misschien minder bang. Maar wat moet er werkelijk door dat jongetje en zijn moeder zijn heengegaan toen ze hier even verderop uit de trein stapten? Zou ik ze hebben proberen te redden als ik toen geleefd had en ook hun bovenbuurvrouw zou zijn geweest? Hun namen wil ik noemen en ook de naam van de ouders van een Auschwitzoverlevende die ik persoonlijk ken, maar de woede en verdriet zijn me werkelijk teveel. Alles doet me pijn en en verward me omdat ik niet goed besef waar die golven vandaan komen. Daarnaast voelt het als ongepast. Het is niet mijn familie en toch voelt het als een intens persoonlijk verlies dat dwars door mijn hart trekt, terwijl ik omringt ben door mensen van wie de genoemde namen hun onbekend gebleven neven, nichten, ooms, tantes, opa’s en oma’s waren. De woede doet me herinneren aan mijn puberjaren. De altijd weer rond 4 mei oplaaiende boosheid naar mijn ouders toe. ‘Het is sodeju toch jullie oorlog? Waarom hebben jullie dit kunnen laten gebeuren? Waren jullie dan blind? Waarom val je me lastig met dat verleden waar je het ook maar nooit echt over hebt? Ons vader zei dan dat ik maar naar de beelden van Vietnam moest gaan kijken als ik wilde weten wat oorlog was. Altijd weer het gevoel dat je niet teveel mocht klagen want je had De Oorlog immers niet meegemaakt. Wat hadden zij dan voor oorlog meegemaakt? Grote lafaards waren het in mijn ogen. Altijd je bord leeg eten en je kon geen honger hebben, maar trek. Nee, ze waren niet fout geweest zoals dat heet, maar waren gewoon zoals de grote massa was. Het leven ging, hoe wrang ook, ‘gewoon’ door en na de bevrijding was het plan om hard te werken en alles wat er was gebeurd zo snel mogelijk te vergeten en op 4 mei te herdenken. Mijn ouders zijn nu overleden en naast wat anekdotes bestaat de tastbare herinnering uit een op wc-papier geschreven briefje van ons vader uit de gevangenis om te zorgen dat zijn fiets veilig werd gesteld, het PB van ons moeder en de foto’s van familieaangelegenheden. Mijn neven speelden in de oorlog soldaatje, compleet met helm en houten geweer. De datum zegt juli 1942. Ondertussen werd mijn toenmalige benedenbuurjongetje met zijn moeder en vele anderen vergast. Zij en hun nazaten hebben helemaal niets meer, behalve herinneringen en een wond die nooit echt zal helen. En is de wereld van nu dan anders? Hebben de mensen ervan geleerd? Toen de beelden van Srbrenica mijn huiskamer binnenkwamen zat ik met een bord op schoot. Ondertussen slaat de donder en de regen op het dak van de herdenkingsbarak in Auschwitz I. De kaarsjes branden en een bijna eindeloze reeks met namen wordt genoemd. Voor mij de essentie van de Joodse verjaardagswens dat je 120 mag worden. Iedere genoemde naam leeft op dat moment in het hart van de spreker of spreekster. De plechtigheid is sober en laat niemand koud. Ik wil er weg, zo snel mogelijk. Mijn emoties zijn me veel te beangstigend. Woest stap ik door de plassen richting barak 10. Mevrouw H. heeft hier gevangen gezeten. Ik sta voor de deur en kijk door het raam naar binnen en zie een uitgesleten stenen trap. Hier verbleven zo’n driehonderd jonge vrouwen die aan de ‘lusten’ van Clausberg werden overgeleverd. Sterilisatie was zijn specialiteit. Hier waren dus de ‘heren’ van het rode Kruis op inspectie langs gekomen en hier waren ook de meisjes in de ban van een jonge bewaker van achttien jaar oud. “We maakten zelfs cadeautjes voor hem. Hij stuurde niet de hond op ons af en liet ons wel eens zwemmen als we buiten het kamp waren”, zo hoor ik mevrouw H. het me nog vertellen in haar keuken. Ondertussen komt een groep scholieren voorbij die op verplichte excursie zijn. Giechelend om de waanzin te bezweren. Het zingen ging niet echt van een leien dakje. De sluizen gingen bij ‘Eli, Eli’ letterlijk open. Het is toch knap dat we ons er met zijn allen doorheen geslagen hebben. Geen idee of het klopt, maar ik had zelf het gevoel dat een aantal liederen zelfs tot in de tenen zo mooi hebben geklonken alsof er meerdere stemmen waren dan die van het koor alleen. De lucht, de glinsterende bomen, de ruisende wind. Ze zongen allemaal mee. Later in de bus vraag ik met een ander jonkie af of de waanzin beter te begrijpen is als je het summum van de beschavingshel hebt bezocht. Het lijkt me of enig begrijpen of een moment van snappen nog verder verdwijnt en de antwoorden op de vragen met zich meeneemt om plaats te maken voor de woede, verdriet en schaamte. Veel later is er een heel klein gevoel van trots. De Jiddisje wereld is vermoord, maar het ‘Mir zainen do!’ klonk bijna als een opgestoken vinger. In mijn drang om het hele kamp doorgelopen te hebben om de hel als het ware letterlijk te kunnen bevatten, moet en zal ik nog even een stenen barak van het voormalige vrouwenkamp in. De schrik slaat me om het hart als ik in de kilte stap. Zo koud, zo goor, nog erger dan een aftands varkenskot. Zelfs op deze zonovergoten dag is hier het licht gedoofd. Wegwezen hier. Om niet nog een keer de kans te lopen om bijna achtergelaten te worden in het kamp zorg ik dat ik wel op tijd terug ben bij de bus. We gaan weer terug naar de huidige tijd. Eten en drinken wil ik. Genieten van wat er nu is. Zingen en dansen. Kortom leven, maar het gaat niet echt. Ik voel me enorm onveilig, wil naar huis. Toch ben ik blij dat we gezongen hebben voor al diegenen die gekend zijn en al diegenen die onbekend zijn. Dat deden we samen met alle achtergronden en verledens die er zijn tot uit de tenen zo mooi. We deden dit voor Bill en men deed het voor ieders afzonderlijke familie en bekenden. Ik deed het ondermeer voor Joseph. January 22 Zwemmen Zwemmen Na jaren compleet zwemloos te hebben doorgebracht is nu toch eindelijk de tijd aangebroken om me weer eens te water te laten. Mijn fysiotherapeut zeurt me nu toch iets te vaak aan mijn hoofd dat zwemmen toch echt de beste beweging is om verlichting van mijn klachten te bewerkstelligen. Al bijna drie jaar kamp ik met weerspannige nek- en schouderspieren. Gelukkig zijn de klachten al zover verbeterd dat ik in ieder geval wel weer op beide schouders kan slapen. Of het nou een vorm van RSI is of niet, lastig is het wel. Onbewust loop ik dus de hele dag proberen te ontspannen wat weer de nodige spanning oplevert. Daarnaast beweeg ik me suf op de sportschool, maar niet genoeg om de zo nodige ontspanning van de spieren los te krijgen. Dus werd het toch zwemmen. Nog een geluk dat ik nog een passend badpak had, want anders had ik het weer weken uit kunnen stellen. Ik kwam er echt niet meer onderuit en zocht netjes de tijden uit en de prijs en hees me op mijn fiets richting Zuiderbad. Wat is het toch waarom ik zo’n hekel heb aan zwemmen? Ja het is zo nat roep ik altijd meteen, maar dat is het niet echt. Het is misschien te ver fietsen? Nou nee dat is ook niet de echte reden, alhoewel het met slecht weer en wind geen pretje is om je waar dan ook op de fiets naar toe te begeven. Als ik me richting de pashokjes begeef begint er wel wat te dagen. Die klamme hitte van zo’n bad. Als je een beetje bezweet bent van hard fietsen in de kou dan breekt je daar meteen het gutszweet uit. Getver dan krijg je al nauwelijks je kleren uit, laat staan hoe je na het zwemmen je straks weer in een panty moet zien te hijsen zonder dat je hem in stukken trekt. Alles wordt en blijft klammig van dat zwemmen. Dan doemt het schoolzwemmen weer voorbij. Altijd was het nog donker en altijd was het koud. Dan moest je je helemaal suf zwemmen aan baantjes en dan weer op je fietsje naar school. In die tijd waren er nog geen föhn of warme luchtblazer. Het was met een natte kop recht in de koude wind naar school. Op de een of andere manier kreeg ik het dan nauwelijks nog warm. In mijn schooltijd lag mijn afkeer voor zwemmen in een overdekt bad. In de zomer naar het zwembad was geen punt. Dat lag in de buitenlucht en je kwam daar niet echt om baantjes te trekken, maar om hele andere zaken. Ondertussen heb ik me van het trapje gewaagd en begeef me onder de andere lunchbaantjestrekkers, want dat is de bedoeling. Baantjes trekken. Gewoon drijven en dan de schoolslag. Goed voor lijf en leden. Na vier baantjes hang ik al in de lijnen om mijn gehijg te onderdrukken. Nou fiets ik zeer regelmatig en beweeg ik toch ook met enige regelmaat op de sportschool, dus mijn conditie moet toch niet zo slecht zijn? Ik begeef me weer in het baantjescircuit en merk dat er naast veel gepuf er ook nog een andere factor opdoemt; spierpijn aan mijn nek. Ik probeer nog wat op mijn rug, maar de spieren van mijn nek geven het niet meer op. Om elk baantje puf ik uit en probeer stoer hangend aan de stang mijn nek- en schouderspieren weer in een soort van ontspannen gareel te krijgen. Hopeloze exercitie. Toch ietwat teleurgesteld over het resultaat verlaat ik na drie kwartier het bad. Afdouchen, aankleden en naar huis. De volgende dag zit ik met erg pijnlijke nek- en schouderspieren bij de man die me het zwemmen zo ongeveer heeft opgedrongen. “Ik dacht dat het juist de klachten zou moeten verminderen”, sputter ik licht verontwaardigt. Hij kan alleen maar lachen en me bemoedigend toespreken in de trant van; Doorgaan, gewoon doorgaan. Hij zwemt immers altijd zo’n vier kilometer. Hoeveel baantjes zijn dat eigenlijk? Als ik een week later weer even aan de lijnen hang vraagt een man of het wel goed gaat. Hij is van gepensioneerde leeftijd en zet zijn brilletje boven op zijn gekaalde hoofd. Tja ik ben net begonnen en ik moet zeggen het valt tegen. Wat mijn doel dan wel is? “Nou ik heb geen idee, wat is uw doel?” “Veertig baantjes, das ėėn kilometer, zegt hij argeloos. Veertig baantjes? Ik geloof dat ik er net een kleine twintig haal, dus net vijfhonderd meter. Gedesillusioneerd stap ik weer op de kant. Ga ik dit ooit halen? Moet je persė doelgericht baantjes trekken? Mag je ook gewoon baantjes badderen? Ondertussen eb ik een keertje zwemmen gemist en voel me schuldig en beloof mezelf om de volgende dag toch weer te gaan, maar of ik een doel voor ogen heb? Ja spierpijnloos zwemmen zou prettig zijn. January 04 Sfeervol kosjerSfeervol kosjer! In het 9e arrondissement van Parijs zijn op kosjer gebied heel wat zaken te vinden. Van slagers die naast een groot assortiment aan vlees en gevogelte tevens de nieuwe Beaulolais primeur aanprijzen tot bakkers met de meest lekkere en geurige zoetigheden uit zowel de sefardische als de asjkenazische keuken. Met restaurants is het helaas vaak wat droevig gesteld, althans als je eens niet in de gloed van een tl-lamp wilt genieten van de culinaire rijkdom van de kosjere keuken. Sfeervol kosjer dineren in Parijs zou toch gemakkelijk te doen moeten zijn? Toch vind je niet snel een etablissement zonder met papier bedekte formica tafeltjes en waar het allemaal wat groezelig oogt. Zo op het oog sfeerloos en ongezellig, zonder dat het meteen iets over de kwaliteit van het eten zegt. Tot je op de hoek van de Rue de Montyon en de Rue de la Boule Rouge tegen ‘La Boule Rouge’ aanloopt. De overwegend fleurig rode buitenkant doet je dan ook afvragen of het er wel ‘kosjer’ is. Stoeltjes met rode pluche, banken langs de kant en aan de muur vele foto’s van voor mij onbekende bekende Fransen. Goed verlicht, maar gelukkig geen formica tafel of tl-buis te vinden. De ramen en de deuren zijn fris geverfd en zijn behangen met artikelen waarin het eten dan wel de bezoekers geroemd en geprezen worden. Bij binnenkomst stap je een ruimte binnen met een hoge toog waar je ook even een tasse de cafée kunt doen. Het geheel ademt de sfeer van een buurtcafé waar de patron zijn familie en buurtgenoten welkom heet. Voor de jongste telg in maxi cosi wordt dan ook snel een stoel vrijgemaakt aan de stamtafel. Er zijn twee eetzaaltjes die op deze zaterdagavond gezellig vol zijn. Aan de reacties van een van de eigenaren te zien zijn er vele bekenden bij. Muzak is hier niet nodig, het geroezemoes en de soms luide gesprekken zijn het die de muziek vormen. De tafels zijn gedekt met keurig wit damast en met bijpassende servetten die duidelijk de wat grotere buikomvang vlekvrij weten te houden. Dit is wel de plaats in het 9e om te genieten van de Tunesisch-Joodse keuken. Nog voor je hebt besteld worden er verschillende salades op tafel geplaatst. Dat is altijd even opletten of ze ook in rekening worden gebracht terwijl je er niets van neemt.
De specialiteit is natuurlijk couscous in verschillende variaties. Daarnaast zijn er ook verschillende vlees- en visgerechten op de kaart te vinden. Die is misschien niet erg uitgebreid, maar er zit genoeg bij voor iedere smaak. De toetjes bestaan uit verschillende soorten vers fruit, ijs of Tunesische gebakjes. Deze laatsten smaken overheerlijk bij een glas muntthee met pijnboompitjes. Met veel genoegen schenkt de ober de geurige thee van grote hoogte in. Plassen mag! De prijs voor een hoofd- en nagerecht, muntthee, flesje water en een kwart litertje wijn viel voor Parijse begrippen alleszins mee, €36,-. tel: 00 33 1 47704390 / 1 48000769 fax: 00 33 1 42469957 December 09 ThalysrijdersGa je eindelijk weer eens op reis, wordt het een tocht naar een stad vol staking. Van een handig gebruik van de metro zal het dit keer niet komen. Op tv zag ik een man in discussie met Sarkozy en dit heerschap was ervan overtuigd dat als de president en zijn regering niet aan de eisen van de stakers zouden voldoen dat dan toch uiteindelijk de overwinning aan de straat zou zijn. Dat was toen en dat zou ook nu zo zijn. Sarkozy maakte de man er op attent dat er nog zo iets als democratie in Frankrijk bestond en dat de wet van de straat daar niet gold. Ik mag die Sarkozy niet, maar dit was ik wel met hem eens.
Ondertussen stap ik toch in Amsterdam op de Thalys die op dit tijdstip vrijwel leeg is. We zijn nog nauwelijks uit Amsterdam centraal weggegleden of een hees gevooisde stem meldt ons de gang van zaken en een hartelijk welkom in de trein. Van een wat hittepetitterige Franse dame tot een uiterst theatrale Engelse stem. De Nederlandse melding wordt gedaan door een Belgische die het taalpurisme niet vreemd is en consequent over taalis blijft spreken om elke zweem van Franse klemtoon te ontwijken. Een reis met de Thalys schijnt bijna een erotische ervaring te moeten zijn als ik de stemmen zou moeten geloven. De morgen piept geleidelijk door de duisternis binnen, maar die wakkerheid heeft de omroepende bardame nog niet bereikt. Met een ongeïnspireerde stem prijst ze de daar te verkrijgen goederen aan, waaronder kaartjes voor de Parijse metro. Mijn achterbuurman kan een grinnik niet onderdrukken. Viertalig worden we gevoed met deze plichtmatige handeling. Zoals de regels van Verdonk geldt hier, tekst is tekst. In Rotterdam komen de mannen binnen. De rust is verdwenen met vroege bravoure en plat rumoer. De heren hebben er ‘zin an’. Gezellig onder elkaar en weg bij moeders de vrouw. Dat krijg je op deze leeftijd van pré- of après-penopauze. Eigenlijk benijd ik die mannengroepen wel. Altijd weer kind kunnen zijn. Met een dikke Rotterdamse tongval is Aad de meest aanwezige. Een in rood overhemd gestoken bebrilde en besikte eind veertiger. Hij zit alleen, maar voert rustig een gesprek met leden van de club aan de andere kant van de wagon. Eigenlijk maakt het niet uit met wie, want zijn volume blijft bij het telefoneren of een vraagje aan de buren op hetzelfde niveau. In ieder geval heeft hij de rol van geinponem en liquide voorzieningen in de groep. Om tien over acht gaat zijn eerste medicijn in de vorm van een rode port erin, maar niet nadat hij eerst geprobeerd heeft om de hele groep er ook eentje aan te smeren. De meesten vinden het toch nog iets te vroeg voor zo’n alcoholische versnapering. Velen maken een voorbehoud tot na Brussel, ook al is dat ook nog ruim voor twaalf uur. Om half negen gaat het derde glaasje ‘Aad fundum’, waarop een van de mannen reageert: “Die horen we straks niet meer”. Dacht ik nog hoopvol dat het rustig zou blijven in verband met de staking van het openbaar vervoer in Parijs stroomt de trein toch vrijwel helemaal vol. Aad reageert op elk riedeltje van de omroepberichten en als er een reeks piepen te horen zijn weet hij te melden dat we zo worden afgeschoten. Het aftellen is begonnen volgens de jongensclub. De gesprekken lopen uiteen over voetbal, auto’s, waarbij geen merken maar slechts nummers van een bepaalde serie genoeg zijn om te weten waarover het gaat, mobiele telefoons en de veertien kilometer wandeling die hen in Parijs staat te wachten. Door het geschud van de trein wordt iedereen wat rustiger. Dat is wel een nadeel van die TGV’s, hoe hoger de snelheid hoe groter de wiebel. Aan de andere kant is de lichte druk waarmee je in je stoel gedrukt wordt vergelijkbaar met de aangename buikkriebel van een ouderwetse kermisattractie of het starten van een vliegtuig. Ondertussen is ook de stoel naast mij gevuld met een heer in bezit van donkere bril en laptop. Noeste arbeidslust onderscheidt hem van de roerige Rotterdamse mannenclub. Het is geen spraakzaam type, alleen een vriendelijk knikje kan er af op het moment dat ik echt moet storen voor de gang naar de wc. Iedere keer verbaas ik me er weer over hoe in korte tijd zo op het eerste oog nette mensen van de wc een gore puinhoop hebben weten te maken. Er staat nog duidelijk dat je niets in de pot moet gooien daar het een chemisch toilet is. Ja hoor de stapel plépapier is weer niet te overzien. De dame voor mij leek me zo’n overijverig hygiënisch type, maar dat had ik dus mis. Op dat moment is het prettig om werkelijk nergens vies van te zijn. Met behulp van wc papier schep ik al de papierzooi uit de pot, dat scheelt weer. Wat is dat toch met die dames, niet doortrekken maar wel de pot met papier volgooien. Rare hobby als je het mij vraagt en dan maar klagen over vieze wc’s. De jongens uit Rotterdam zijn weer spraakzamer geworden nu het eindstation in zicht is. Naast de wandeling naar het hotel dromen de heren over de bekende geneugten des levens. Vrouwen en drank. Als een schoolklas staan ze zich al te verkneukelen op het perron van Gare du Nord. Hier scheiden onze wegen en ik begeef me naar de zonnige stad. Mazzel dat het zulk mooi weer is. Het is werklijk stil te noemen voor Parijse begrippen. Het is dan wel ochtend, maar zo rustig heb ik het er nog nooit meegemaakt. Er staat een lange rij bij een halte voor een bus of een taxi. Het is duidelijk dat Parijzenaars wel een staking gewend zijn en zich niet gek laten maken. Naast het nemen van een vrije dag zijn er volop andere middelen van transport. De fiets, step, skateboard, rolschaatsen, motor, brommer, solex en zelfs de vierwieler. Ik beperk mij tot mijn twee benen, eindelijk kan ik van mijn metroverslaving afkomen en Parijs ook eens bovengronds leren kennen. May 21 BuitenBuiten Als je zoals ik woonachtig bent in de volle randstad wil je nog wel eens vergeten, dat er nog een Nederland bestaat dat nog vrijwel geheel voldoet aan het door Wim Sonnenveld bezongen dorp. De problemen die de media vullen lijken hier ver weg of geheel niet bestaand. Rust, nauwelijks verkeerslawaai en al helemaal geen vliegtuigen. Hier heersen de klanken van de mus, mees, zwaluw, meerkoet, fuut en koeien in de wei. De kleuren groen in alle soorten en maten zorgen voor een spel van licht en donker op de wegen en in de bossen. Die dan weer afgewisseld wordt met de geur van frisse versgemaaide graslucht tot die van een pittige koeienvla. Het echte platteland bestaat dus nog! Oke de winkels in de dorpen zijn verdwenen. Het openbaar vervoer is er vooral voor door de week en niet op zondag en de bevolking vergrijst of verimportiseerd. Uiteindelijk heeft de nieuwe tijd hier wel degelijk zijn sporen achter gelaten. Boodschappen doen best, maar liever betaalt men tien euro meer voor het autogebruik om die vijf euro te besparen op de runderlapjes. Kniesoor die daar op let. Ik tuf met mijn fantastisch nieuwe groene wieltjes wagentje ergens in de buurt van Zutphen. Prachtige huizen, prachtige bomen, prachtig weer. Mijn oog valt op de benzinemeter die nu toch wel erg vreemd knippert. Ik dacht dat het pomptekentje met pijltje het niveau aangaf. Nieuwe auto, dus alles weer anders en te lui om eerst het boekje door te spitten, een auto is immers gewoon een auto. Trouwens met de reserve kun je nog veertig kilometer rijden. Dat Zutphen ga ik wel halen. Helaas wat gas erbij maakt duidelijk dat er helemaal niet meer gereden gaat worden. Het pompje met het pijltje gaf dus alleen maar aan dat het om een benzinemeter ging, niet dat het pijltje het peil aangaf. Oke das dan duidelijk. Dan maar even de wegenwacht bellen, die hebben wel een litertje of wat. Daar weet ik gelukkig uit te leggen waar ik sta met inbegrip van hectometerpaaltje, naast welke boom en wegnummer. Dit gaat goed, tot de nummerplaat. ‘Mevrouw uw wagen staat niet geregistreerd bij de rijksdienst voor het wegverkeer’. Pardon? ‘Ja wat ik u zeg mevrouw, het kenteken is onbekend, dus ik kan u niet helpen’. Of ik maar eerst even met de groene wieltjes wilde bellen zodat zij de melding door zouden kunnen geven, dat zou dan misschien hooguit een uur of misschien twee uur duren voor dat dan alles in orde zou zijn. Tuurlijk ik snap het wel hoor, je moet gewoon niet zonder benzine komen te staan, maar als zelfs het nummer van de autopapieren, uitgegeven door diezelfde RDW niet voldoende zijn om de jongeman van de wegenwacht te overtuigen? Kafka zou het niet hebben kunnen verzinnen of ben ik in een televisieprogramma met geheime camera verzeild geraakt? Dan maar bij het eerste het beste huis aanbellen, waar een prachtige bel klinkt maar niemand thuis is. Het is geen geheel onbebouwde kom, dus het volgende tuinhek met klopper eens flink aangepakt. Door de spleet van de schutting zie ik de bewoner aanlopen. Het is geen probleem en de hulp is al geschied voor ik er erg in heb. Met jerrycan benzine in de hand moet het leed zo geleden zijn. Klepje open dop eraf en klaar. De benzinedop is er een van de nieuwe soort. Wat ik ook doe het kreng gaat er niet af. Misschien het boekje even lezen over hoe een benzinedop te verwijderen om te kunnen tanken? Zelfs met de handleiding van sleutel erin even naar links, dan naar rechts, sleutel eruit, dop eruit draaien en klaar lijkt simpeler dan de praktijk. Een kwartier later heeft de dop zich overgegeven en kan er eindelijk een einde komen aan de droogte. Dat gaat ook niet meteen, want de jerrycan heeft geen schenktuit. Mijn helper gaat dus op zoek naar materiaal om een tuit van te maken. Zowaar start de auto en kan er even verderop echt volgetankt worden. Nu zie ik dat de benzinemeter uit blokjes bestaat. Een uur te laat ben ik op de plaats van bestemming waar ik vervolgens de halve dag over een groene vallei uitkijk die me in een ander land doet wanen. Hier is het nog stil, wordt het nog donker en zijn de mensen inderdaad een stuk minder gespannen en opgefokt. Een beetje platteland zou niet slecht zijn voor de stad. March 23 LenteweerLenteweer Het is alweer eind maart en de lente staat voor de deur. De eerste vogels wekken mij met hun vrolijk gekwetter en de eerste aanzetten tot bloesem en groen maken duidelijk dat de blaadjes bomen krijgen. Zo klinkt het althans in een oud Vlaams deuntje; Daar is de lente, daar is de zon en ik wist niet dat ze zo mooi zou schijnen, alles is levend alles is groen en de blaadjes krijgen bomen. De lente geeft weer reden om naar boven te kijken. Op zoek naar de timmerende specht in de boom, het geschreeuw van de nieuwkomers die de huismus in de stad hebben vervangen, de schreeuwparkiet, toeristen die zich weer laten zien op de fietspaden. Kortom het leven in de stad begint weer aan een nieuwe cyclus. In de ochtend is het weer genieten op de fiets. Lekker zonnetje, lekker temperatuurtje, alleen niet deze ochtend. Als ik de gordijnen ophaal dwarrelen dikke sneeuwvlokken mijn raam voorbij. Ach natuurlijk maart roert zijn staart, ook al blijf ik het een overdreven actie vinden. De kachel dus maar weer hoger en de dikke trui weer uit de kast gehaald. Fietsen in deze omstandigheden is helaas van een andere orde. Wanten aan, muts op, kop recht in de wind en goed doortrappen. De koude lucht ademt wel lekker en voelt heerlijk op de wangen. Het is van die kou die zo lekker doet thuis komen. Als ik de berichten op het nieuws hoor over de situatie op de weg en het spoor, krijg ik steeds meer het idee dat het hier een ontwikkelingsland is. Altijd maar door blijven karren e niet bedenken dat het wat minder moet. ‘Ja hallo er was geen weeralarm’, hoor je de afhankelijke moderne mens al roepen. Totaal weerloos tegen de elementen der natuur en al helemaal niet op de hoogte van veranderende weersomstandigheden. Een beetje sneeuwvlok legt al snel het halve wissel- en computernet van de NS plat alsof er nog nooit een koutje of wat in de lucht heeft gehangen. ‘Het is allemaal door de klimaatverandering’, roept de ander, die nog nooit van een witte Pasen heeft gehoord. Het lijkt wel of men tegenwoordig van het minste of geringste compleet van slag raakt terwijl het mooie aan het weer is dat je er niets aan kan doen. Het is er en zal er altijd blijven. Als dat geen rustige gedachte is! Het stoplicht staat op rood en links zie ik een grote donkere man het zebrapad oplopen. Hij draagt geen sokken in zijn sneakers, zijn kuiten zijn stevig van het sportieve gedrag waarbij zijn bermuda zeker niet misstaat. Het geheel is afgemaakt met een torsostrak T-shirt waarbij de spierballen halverwege uit het mouwtje piepen. Oké dat kan, tis een vrij land, moet kunnen en verward stap ik weer op mijn fiets. Aan het einde van de straat komt een andere man me tegemoet. Slippertjes, blote voeten, bermuda en flodderig T-shirt en kaal hoofd. Ondertussen valt de sneeuw gestaag door en vraag ik me af of dit klimaatoptimisten dan wel -pessimisten zijn. Of zijn ze afkomstig uit het noordelijkste puntje van Canada? Zoals de toeristen die met 15 graden nog met wanten, donsjack en muts oplopen omdat het zo koud is. Zoiets dus. Zelf ben ik door de sneeuw in een halve Yeti veranderd met kleumende vingers en een ijskoude lopende neus. Mij hoor je niet klagen hoor. Het lenteweer is altijd heerlijk! February 25 EtiquetteEtiquette Sommige dingen veranderen niet, zo lijkt het op het eerste gezicht. De wereld om ons heen veranderen we door ons te omgeven met allerlei nieuwerwetse hebbedingetjes of ander nuttig tuig. De aard van het beestje is links of rechtsom nog steeds hetzelfde. Binnenkort is het Poeriem (Lotenfeest) en de Joodse Omroep zond een documentaire uit over de viering van dit feest in verschillende delen van de Joodse wereldgemeenschap. Zo ook de Oekraïne. Tegenwoordig een zelfstandige staat, maar als het om de mutsen en jassen gaat komen bij mij de herinneringen aan de winters in de voormalige Sovjet Unie weer boven drijven. Het was december 1989 en een reis naar de SU was een goede manier om de kerstgekte in Nederland te ontlopen. Niks kerst, alleen nieuwjaar op zijn Russisch met bomen en veel eten en drank. Daarnaast was het ook nog eens zeker dat je er heerlijk echt winterweer van de betere soort zou aantreffen. Dus was ik naar Moskou en het toenmalige Leningrad, dat nu weer Sint Petersburg heet, getogen. Heerlijk twee weken genieten van paleizen, musea, kou, sneeuw en de ondoordringbaar lijkende regels van de Sovjetmaatschappij. Zo kent de Russische etiquette een aantal afwijkijkingen die nog wel eens voor opgetrokken wenkbrauwen kunnen zorgen bij bewoners en bezoekers. Lachen op straat, openbaar vervoer of andere publieke ruimte is niet verboden, maar simpelweg niet echt netjes. Je gaat niet zitten bulderen van de lach om een grap in de metro, dat is hoogst onbeschoft. Iets wat je in de jaren vijftig in Nederland ook nog wel eens op boze blikken zou komen te staan. Dat losbandige gedrag hoorde niet en al helemaal niet bij plaatsgebrek op schoot gaan zitten bij een reisgenoot. Zo maar een hapje eten buiten de deur? Niet mogelijk als er geen reservering is gemaakt. Alleen rustig eten aan een tafeltje? Ben je mal, gewoon aanschuiven wat dan wel weer leidt tot uitwisseling van gekozen gerechten en dergelijke en leuk contact op woordenboek en handen en voeten niveau. De eerste dag werden we als groep meteen geconfronteerd met de meest bizarre Russische etiquetteregel. In de bus, de trein, de bioscoop of waar dan ook: We houden onze bontmuts te allen tijde op het hoofd liefst met jas aan erbij! Zo staren daar twee businhouden elkaar ietwat wezenloos en lach onderdrukkend aan. Wij ontdaan van jas, wanten, dassen en mutsen, zij geheel in vol ornaat zijnde dikke degelijke winterjas en bontmuts met de flappen omhoog. Later begrijpen we dat het reuze efficiënt is dat aanhouden van het ornaat in de bus. Het duurt bij ons telkens aardig wat tijd voor de dames en heren weer zijn ingepakt, dan wel uitgepakt. Ook op een vakantie geldt al snel ‘s lands wijs ‘s lands eer. Nu zit ik te kijken naar de beelden van een Poeriem viering in de Oekraïne. Aan lange tafels zitten de dames en heren te luisteren naar het lezen van het verhaal van Esther. Onder het genot van eten en drinken, vooral drinken doet het nog steeds goed in deze gebieden. Op Poeriem heeft men mazzel, want dan mag er een flink uitgehaald worden met de watertjes. Men trappelt bij het horen van de naam van Haman, of men slaat op de tafel. Voor zover is er geen verschil met Tel Aviv, Amsterdam of Florence. Behalve dan de jassen en de mutsen. Of het nu koud of warm is het lijkt geen verschil te maken. Of er nu wel of geen Oranje revolutie is geweest, wel of geen glasnost van Gorbatsjov, de jassen en bontmutsen blijven onverminderd aan en op! Dansen zal men niet al te snel in al dat gewicht doen, sommigen lijken eerder twee dan een stoel nodig te hebben door de jasomvang, maar hij gaat daarom nog niet uit. Soms gaan zelfs de knopen niet eens los. Heeft het te maken met onvoldoende kapstokken, toegenomen jas en mutsdiefstallen? Denk het toch van niet want ieder zich zelf respecterend cultureel centrum heeft een heuse garderobe. Nee het is duidelijk een teken dat men in een veranderende wereld graag vasthoudt aan de landseigen tradities. Waarschijnlijk kan alleen een alijah hen op andere gedachten brengen. November 09 Braaf zijn!Braaf zijn! Nederland verandert. Misschien niet altijd in sneltreinvaart of met een slakkengangetje, maar de verandering is ingezet als een niet te stoppen tsunami. Ben ik gewoon te oud aan het worden, dat iedere verandering bij mij een zwaar humeur teweegbrengt? Of gaat het om het soort veranderingen die mij tot uitspattingen doen leiden waar ik zelfs in mijn meest stoute dromen niet eens aan gedacht zou hebben? Nou ja in ieder geval was ik zwaar ontstemd. De Verdonkanisering van de samenleving is werkelijk in alle geledingen aan het doorsijpelen. Neem nu het Centraal Station in Amsterdam. De stad waar over gezegd wordt dat er alles kan in een land waar de mensen zich niet aan regels lijken te houden of er op zijn minst een zwaar broertje dood aan lijken te hebben zo lang men er geen nadeel van heeft. Die houding lijkt stilaan steeds verder te anderen in de bekende uitspraak van regel-Rita. “Goedenavond ik kom een vriendin ophalen van de trein”. “Heeft u een plaatsbewijs mevrouw?”, antwoord een de pukkels nog niet ontgroeide jongeling met blond pommade piekhaar gehuld in veel te ruime jas. “Nou nee, ik ben met de fiets, dus heb geen kaartje, ik kom alleen iemand ophalen”, antwoord ik toch iets verbouwereerd. Ik wist wel dat ze voor de nachttreinen de toegangen controleerden, maar om acht uur ’s avonds? Ik vond het nogal overdreven, maar oké die jongens doen ook hun werk dacht ik nog naïef. Ik heb altijd de mensen op het perron kunnen oppikken, iets dat met de verbouwing een stuk gemakkelijker is, want de verkeerde uitgang is met die verbouwing zo genomen. Dus ik leg vriendelijk uit wat de bedoeling is en dat ik niets kwaads in de zin heb of wat. “Mevrouw dat zal niet gaan, regels zijn regels”. Komt er ferm uit. Pardon? Wat zeg je daar? Schei toch uit! Hoepel op met je regels. Zie ik eruit als een zwartrijder? Zie ik eruit alsof ik me eens lekker aan de NS ga vergrijpen door middel van een gratis ritje? Hallo jongeman er is nog zoiets als mensenkennis! Mijn hele leven heb ik nog nooit zwart gereden. Ben ik namelijk te schijterig voor en nou staat hij me daar tegen te houden in zijn bespottelijk slecht zittende jas. Kijk vroeger had je dan een perronkaartje, maar dat is er nu niet meer, dus hoe kom ik dan dat perron op als ik iemand wil ophalen of uitzwaaien? Is dan werkelijk alles onderhevig aan die regels-zijn-regels-mentaliteit? Dus het mee rennen met de net vertrekkende trein met een zakdoek mag niet meer? Gezellig nog even in de warme armen van je geliefde staan wachten op het altijd winderige perron tot je nog net in kunt stappen. Een ouder iemand even de trein in helpen, of joehoe roepend op het perron iemand verwelkomen? Dat mag niet meer? Daar moet je na acht uur een vervoersbewijs voor hebben? Is een strippenkaart dan ook goed? Want dan gaat die vanaf nu in de tas, maar ik stempel niet af! Met een zwaar politiek incorrecte opmerking en deel van een Monthy Pythongebaar om een naarling die AH heette te persifleren draai ik me om. Hels maken ze me die kereltjes en al helemaal als ze zo’n training achter de rug hebben gehad om escalatie te voorkomen dan wel tegen te gaan. De agressie die dat bij mij losmaakt is werkelijk ongekend. Het is alsof ik weer iemand hoor zeggen: en denk erom geen ruzie maken hoor, terwijl er net iemand je mooiste strik uit je haren heeft getrokken. Erger nog iemand slaat je brilletje van je hoofd en je mag niets terug doen, want denk erom hoor! Inclusief vingertje. Dan besef ik het. De combinatie van het indammen van woede gepaard gaande met die uitermate irritante vermaning. De jaren vijftig en zestig met de vingertjes. Als ik eraan denk zie ik visioen van hakbijltje, gaat mijn bloed koken, raast de adrenaline door mijn lijf en komen er ongekende gevoelens in mij vrij. Het vingertje! Drie keer raden wat die jongen ook had….. October 22 Naar de filmNaar de film. “Weet u welke film hier draait?” vraagt een kort blond gekrulde jongedame aan me in bezit van dito jongeheer met gezonde wangen en beginnende zwembandjes. Ik draai mij om en zeg dat op de borden de informatie te lezen is over de films die draaien. “Maar daar staan de tijden niet op”, “Ja, dat weet ik, het bord doet het niet. U kunt het binnen wel vragen.” Schijnbaar straal ik het vertrouwen uit dat uitnodigt tot het vragen van inlichtingen. Dat is best gek want ik voel me niet een inlichtingendame en heb daar absoluut niet voor doorgeleerd. “De informatie is alleen in het Engels.” “Dat zal wel voor de toeristen zijn”, mengt de jongeheer zich nu ook in het uitkiezen van een film. Op zijn aanraden gaan ze gewoon in de rij staan en zien wel wat er draait. “Waar gaat u naartoe?” vraagt de ietwat voor zijn leeftijd te volle jongeman aan mij. “Ober, die begint om half vijf.” “Is die leuk?” Aaaaah das een moeilijke vraag, want wat is nu leuk? De jongedame weet te melden dat de film een aantal gouden kalveren heeft gewonnen, alsof dat een garantie voor leuk zou kunnen zijn. In mijn optiek is die dat namelijk niet direct. Laat ik een poging wagen en vertel dat de film van Alex van Warmerdam is, maar ik zie geen bel afgaan van herkenning en de blik blijft ook uit. Abel probeer ik dan nog in stelling te brengen, De Noordelingen laat ik de revue passeren, maar het mag niet echt baten. “Van Warmerdam is uiterst geestig, maar wel op zijn eigen manier, je moet er wel van houden. Ober is niet een realistisch verhaal of zo”. Ze kijken elkaar aan en besluiten voor Ober te kiezen. “Als het tegenvalt dan weten we u te vinden” zegt de jongeman nog lachend. Oh das handig dan heb ik het tenminste gedaan als het tegenvalt. Alleen naar de film gaan heeft zo zijn voordelen. Je kunt lekker gaan zitten waar je wilt en met niemand rekening te houden. Gewoon lekker filmpje kijken. Wel heb ik een soort van tik. Ik ga altijd naast iemand zitten. Niks bang zijn voor die ander, want ik wil gewoon in het midden zitten en daar zit meestal al iemand. Dit keer een uitermate groot uitgevallen vrouw. Ze past nog net in de stoel en ik kan eigenlijk niet eens goed zien of ze er wel helemaal inpast. Zo massaal is het roze kleurvlak dat het midden van de rij markeert. Daarbij draagt ze dan wel weer pittige rode schoenen. Naast zich heeft ze een rugzak staan waar ze telkens haar hand in laat verdwijnen. Wat ze eet weet ik niet, maar het kraakt. Dat niet alleen ze blijkt over een uitermate zware ademhaling te beschikken. Storen deed het me niet. Gedurende de film zaten we gezamenlijk hartelijk te lachen. Inderdaad de wat beter gevulde mens beschikt vaak over een uitermate gezellige en aanstekelijke lach. Ik heb wel eens gehoord dat er mensen zijn die het eng vinden om alleen te lachen. Daar valt mijn buurvrouw niet onder en dat maakt het ongemak van het zware ademen weer een beetje goed. De jongedame en heer zitten in de rij schuin voor mij en na de film vroeg ik toch maar even voor de zekerheid of het was meegevallen. “Nou het is wel wat heel anders dan een normale film”. “Ja, maar wel erg leuk hoor”, zegt de jongedame om daar nog aan toe te voegen dat ze het wel jammer vond van al dat geweld. Ah nu snap ik waarom Zwartboek al helemaal was afgevallen. Van Warmerdam teveel geweld? Ik ben nu wel heel nieuwsgierig geworden naar waar dit pittige stel vandaan kwam. September 14 De avond voor 15 septemberDe avond voor 15 september
Waar was ik ook weer twintig jaar geleden? Een dag die lang voorbij is, maar in mijn hoofd nog altijd dichtbij. Het is niet meer gisteren, dat niet, maar toch. Soms vergeet ik de dag, maar dit jaar niet. Dat heb je met een lustrum, het vierde alweer. Wat is er in die tussentijd allemaal gebeurd? Gebeurtenissen die hij niet meer heeft mee mogen of hoeven meemaken. Goh in twintig jaar kan een mens ook veel bespaard blijven, dat is dan wel een voordeel. Die avond was de laatste. Zou een mens dat op dat moment echt kunnen weten? Hij was allang ziek en was langzaam steeds meer uit het leven van zijn gezin gegleden. De medicijnen hadden uiteindelijk toch de prijs opgeëist. De twinkeling in de ogen was al een paar weken weg, de interesse voor wat er gaande was eigenlijk totaal verdwenen. We zaten ook niet zo vaak meer boven, hij sliep veel. Die avond heb ik hem geholpen met eten. Dat was niet veel meer. Een paar hapjes van wat vla en dat was het wel. Zelfs drinken was geen prioriteit meer. De voeten waren toch veranderd in spitsvoeten en ook was er een doorligplek op de heup ontstaan. Wat wil je na maanden in bed? De eens zo grote sterke handen omklemden een glas met veel moeite zoals alleen breekbare oude mensen doen. Zesenzeventig is niet oud. De ziekte had hem helemaal uitgeput. De man ‘die mij altijd redde’ was fysiek bijna verdwenen, maar zijn waardigheid heeft hem in al die maanden niet in de steek gelaten. Onder het licht van dat ene schemerige tl-lampje zit hij toch met een fierheid in zijn bed. Vanavond ga ik naar Leiden. Ik kom nog even dag zeggen. “Morgen ben ik er weer, ik kom zo snel mogelijk weer terug.” Ik geef hem een zoen op zijn ingevallen wang en merk dat hij huilt. Ja morgen zegt hij. “Ja morgen, niet stiekem weggaan hoor.” Ik loop de kamer uit en draai me bij de deur om. “Morgen ben ik er weer, slaap lekker en tot dan.” We kijken elkaar aan en het is alsof we het dan al weten. “Ik weet niet of ik er morgen ben”, zegt hij en ik zie dat hij nu echt huilt en snikt. Ik loop terug en geef hem nog een dikke zoen en zeg dat ik nu toch echt moet gaan. Bij de deur kijk ik nog een keer om en zeg dat hij echt moet wachten tot ik er weer ben. De pyjama is hem zelfs te groot geworden door al de verloren gegane kilo’s. Zo verlaten als hij op dat grote bed langzaam ten onder gaat. Dan draai ik mij om en huil, huil tot aan mijn huis in Leiden. De volgende dag aan het einde van de middag weet ik dat het echt de laatste keer is geweest. Het briefje op mijn kamerdeur met de mededeling dat er van thuis gebeld was zei genoeg. Waar je al die tijd op had gewacht en wat geen verrassing behoorde te zijn was het dus wel. De schok van het meest verwachte. Opeens is alles weg en vervagen in de loop van de jaren ook de herinneringen, behalve deze ene. Twintig jaar later is dat laatste beeld van hem nog steeds bij mij. Dag vader. September 10 UnaniemUnaniem Hij stopt en kijkt met een verbaasde blik de jongen op de brommer achterna. “hij wil dood”, roep ik naar hem. Hij stapt weer op zijn fiets, behendig de tramrails ontwijkend en als ik hem wil inhalen zegt hij: “nou die wilde dood!”Vrijdagmiddag de Utrechtsestraat. Druk met auto’s aan de kant op de weg en de altijd aanwezige fietsers. Door al dat verkeer raast de brommer met een snelheid van ruim boven de veertig kilometer. “Ik zie hem hier wel vaker, die gek”, hoofdschuddend fietsen we samen op. Zoveel onbezonnenheid brengt ons voor even samen in een ongekende eensgezindheid.De brommer is symbool voor alle verloedering in het leven. De verloedering die onze ouders al zagen aankomen en die wij als pubers afdeden als de volkomen burgerlijke vertrutting van het establishment of welke term er ook voor werd gebruikt. Nu waren we unaniem tegen dit soort ongehoord gedrag. “Hij gaat ook met die snelheid slalommend door de straat hoor, echt ongelofelijk, maar als hij dood wil, dat is zijn zaak” en hij haalt even de schouders op terwijl hij voor een ander verzet op zijn fiets kiest. Toch was het vroeger iet beter, want toen had je die brommerkoeriers, die waren pas link en gevaarlijk. Die reden je compleet de stoep soms af. De vreugde van die constatering is van korte duur, want die rol is nu door de fietskoerier overgenomen. Net zo link! “Schorem is het”, “ja gespuis dat van de straat moet”, beaam ik lachend om daar geteisem aan toe te voegen. “Om nog maar te zwijgen van het schorriemorrie, hoe gaat dit ooit nog goed komen mevrouw?”. Hij zwaait en lacht op het punt waar onze wegen scheiden. “Gajes is het!”, zwaai ik hem na. Waar je met een generatiegenoot al niet overeen kunt zijn op deze zonnige dag. Als ik thuis mijn nieuwe aankoop doorblader, besef ik dat het ‘koosjer Nederlands’ nog steeds door velen gebezigd wordt, ook al zijn het dit keer niet de ‘fijnst besnaarde’ woorden. July 19 VreemdVreemdDaar staat Conny Mus in Haifa, op dezelfde plaats waar ook de dame van BBC-World zich regelmatig meldt. Hoeveel mensen zullen hier foto’s hebben gemaakt van het magnifieke uitzicht? Aan de overkant van de baai zie je Akko en met helder weer reikt het zicht zelfs tot Libanon. Achter Conny Mus is in de stad beneden een grote toren te zien. Een maand geleden heb ik daar in de personeelskantine gegeten. Die ligt bovenin en geeft een prachtig uitzicht op de krioelende auto’s, de mensen in de haven, op het treindepot en in oud Haifa. Nu is het een plaats waar raketten uit de lucht komen vallen en niet alleen daar. De hele regio waar ik in juni voor twee weken heb rondgereden is nu omgetoverd in een aanvalsgebied voor de hezbollah. Of het nou de mooie overwegend Arabische kruisvaarderstad Akko is of een druzendorp als Hurfeish of de bakermat van de Kabbalah (mystieke joodse leer) Tsfat. Het maakt hezbollah niets uit. Ze kunnen niet mikken dus schieten er maar wat op los. Thuis voor de buis is het alleen maar vreemd. Bij Rosj Hanikra leek de grens zo rustig. Er is wel een groot hek dat met een slot is afgesloten en aan de andere kant is weer een hek en daartussen lopen Israëlische soldaten. Dat is het, meer niet. Als je dan de weg wat afloopt is er ook een weg naar links de bergen in. Daar wil ik morgen wel een tochtje gaan maken. Helaas is die weg afgesloten, het grensgebied is verboden terrein, te gevaarlijk. Over de grens ligt ‘hezbollahland’ zegt mijn gezelschap spottend. Wie had kunnen denken dat zo’n twee weken later hier de tanks zouden bulderen en de vliegtuigen weer laag over zouden vliegen? Ik kan er niet bij. Ondertussen zijn de ontvoerde soldaten en de doden die daarbij zijn gevallen vergeten, zo lijkt het. Op de televisie weet iedereen het beter en hebben de burgers van beide landen het maar te slikken. Voor de een is het geweld van Israël ‘disproportioneel’ voor de ander is het nooit genoeg. Aan beide zijdes klinkt de strijdbare taal van de ‘bazen’ en ondertussen vallen er doden en gewonden. Het is de prijs die er nu eenmaal bij hoort, ‘collateral damage’ heet dat tegenwoordig. Daar kan ik dan heel verontwaardigd over zijn en doen, het helpt niet. Er bestaan geen oorlogen en conflicten zonder slachtoffers, maar er bestaan ook geen winnaars. Alleen maar weer clichés in beelden en commentaren die elke dag weer hetzelfde zijn. De partij met de ‘beste beelden’ zal het pleit in de publieke opinie wel winnen. Zielig doet het nu eenmaal erg goed. Ondertussen vallen de deskundigen over elkaar heen om hun grote gelijk te halen en blijven de burgers machteloos. Als ik afgelopen zondag een vriend van me in Haifa bel zijn er net een aantal raketten bij hem de buurt neergekomen. Hij klinkt rustig, ach hij is wel wat gewend en heeft in het leger gezeten en in Libanon gediend. Hem hoef je niets te vertellen over oorlog en strijd, hij is er als het ware mee opgegroeid. Nu zit hij gekluisterd aan zijn huis en kan de deur niet echt uit. Alleen voor de hoognodige boodschappen en als het echt moet. In de verte hoor je de sirenes van de ambulances. Er zijn naast acht doden ook iets van zestig gewonden gevallen. Het depot is vlakbij waar hij woont, maar bang is hij niet. Dan rijdt bij mij de brandweer uit en hij vraagt waar de sirene van is. “Ach het zal wel weer een uit de hand gelopen barbecue zijn”, reageer ik laconiek. “Well you have barbecues and we have hezbollahfireworks” en hij draait zich nog maar eens om in bed, want wat kun je anders doen? Twee sirenes in twee verschillende landen in wel twee heel verschillende omstandigheden. Vreemd. June 12 BrilpaniekBrilpaniek
Kan een mens iets vergeten op reis? Dat is voor mij geen vraag, maar een vaststaand feit. Niet dat het altijd meteen duidelijk is waarom het gaat, maar vroeg of laat komt de grote verbijstering en aha-erlebnis boven drijven.
Daar ligt mijn brilletje op de stenen vloer van de douche. Zo maar ineens is mijn kleinood voor licht visueel gehandicapten er vandoor gegaan richting de grond. Het zal toch niet zo zijn dat?
Ik zie met mijn rechteroog sterretjes en besef dat ik morgen op weg moet en geen reservebril bij me heb. Is er dan sprake van paniek? Bij mij wel hoor. Heel simpel. Met dit geval op mijn neus wordt auto rijden een levensgevaarlijke onderneming, dat het ook al is zonder gebarsten glas. Met een simpel -1 is het wel te bolwerken, maar kom daar maar eens om als het een -8,5 betreft. Het nummer voor nood van de reisverzekering is een vast nummer. Dat gaat lekker snel met een 'pre-paid-mobieltje'. De steuntroepen in Nederland moeten dan maar even in gereedheid worden gebracht.
Waarom gebeuren deze dingen als je bezoek verwacht? Net op het moment dat je als vrouw goed tevoorschijn wenst te komen, sta ik met een gebarsten blik de wereld gade te slaan. Als het bezoek me dan ook nog eens fijntjes attent maakt op de ontbrekende reservebril is het demasqué compleet. Niks enorm goed voor zichzelf opkomende pittige tante.
Het spottende bezoek is echter wel meteen de grote redding, want ik heb hier te maken met een zogenaamde 'native speaker'. Hij weet hoe je met een middenoostenzweep moet klappen. Kortom ik hoef me nergens druk over te maken, want hij kent een winkel die vast wel weer een andere winkel weet met korting en spoedeisende hulp.
"Ik haat de zon, waarom loop je in de zon? Ik wil in de schaduw lopen", zo moppert hij de Dizengoff af na een nacht koukleumen met een vermaledijde airco, die vervolgens vakkundig gesmoord is. " Doing it the Israeli way" heet dat dan. Overal is een oplossing voor, maar dan moet je de regeltjes niet al te nauw nemen. Wow kan Verdonk hier niet op een cursus?
De eerste opticien kan me niet helpen, maar we worden doorgestuurd naar een concurrent. Dan denk ik simpel je stelt de vraag of het mogelijk is om een glas vandaag of morgen te regelen en klaar is kees. Nou dat is een vergissing. Naast het feit dat er alleen al onderweg door van alles en iedereen gebeld wordt, moet er in de winkel onderhandeld worden over een deal. Daar sta ik dan wat kippig bij te kijken, want ik vang slechts flarden van het gesprek op. In ieder geval kan het glas er de volgende dag zijn. Heel leuk allemaal, maar er is vast meer uit te halen. Kortom ruim drie kwartier later zit ik op een terrasje aan de overkant met een koffie om de drie voorstellen door te nemen en te beslissen.
1. Alleen een nieuw glas in mijn huidige brilletje, 2.een nieuwe bril met plastic glazen, waarbij het montuur, tot 500 sjekel gratis zal zijn, 3. een nieuwe bril met extra dunne glazen van glas, maar dan moet het montuur wel betaald worden.
De keuze is geheel tegen mijn gewoonte in snel gemaakt. Het wordt keuze 4. Een nieuw brilletje met plastic glazen en een nieuw glas. Een voorstel waar hij zelf nog even mee kwam.
De opticien heeft er wel oren naar, maar eerst moet er weer ruim een half uur worden onderhandeld over deze nieuwe deal, want er is vast wel een extra korting op te krijgen.
Dan moet het uitzoeken van een montuur nog beginnen.
Wie weet komt het door het land hier, maar zelfs dat is in tien minuutjes gepiept. Een kittig klein rechthoekig rood brilletje is het geworden. Als ik heel eerlijk ben dan was me dit in mijn uppie nooit gelukt. Nu nog even de autohuur en een nachtje extra in Tel Aviv regelen en dan is de brilpaniek eindelijk volledig geweken. Morgen kan ik weer zien!
June 10 Reisfolklore.Reisfolklore
"Waar bent u eigenlijk van?", vraag ik aan de met kogelvest en wapen op de borst uitgeruste man. Je wil toch weten wie nu al die imponerende mannen zijn die hier voor de veiligheid van de reizigers zijn aangenomen. Het ziet eruit als leger, maar het is de marechaussee.
Voor de incheck bij El Al is het hele gebied voor de incheckbalie beveiligd met een grote metalen muur met ronde ramen en, naar ik hoop, kogelvrij glas. Van gezellig even vliegen ben je opeens een mogelijk doelwit. Het werkt me altijd op de zenuwen en zeker nu ik werkelijk de meest vreemde verhalen heb gehoord over de controle. Heel eerlijk gezegd verbaast het me dat ik dit keer geen rontgenapparaat zie en ook geen dames die met vreemde poken door je koffer gaan. Iedere keer weer spannend met welke kleur stickers ik nu weer beloond ga worden. De allereerste keer was ik rood, de laatste keer ben ik van groen, naar groen en blauw gegaan en deze keer is het pittig roze geworden. Ik ben eigenlijk helemaal perplex. Gewoon wat vragen en hoplakee inchecken en klaar voor de winkelronde.
Hoe kan het dan dat er mij van allerlei verhalen ter ore zijn gekomen waar ik niet vrolijk van werd? Je zou in een kelder moeten wachten en ver gehouden worden van alles wat er op Schiphol te doen is. Nou niets van gemerkt dus.
De winkelronde houd ik maar eens kort. Tis iedere keer eigenlijk hetzelfde, uren in de weer voor een geurtje. Nee vandaag ga ik eens een lounge bezoeken waar ik zowaar gebruik van mag maken.
Als je op Schiphol een etage naar boven gaat dan kom je in het Walhalla van de professionele en geoefende vliegreizigers. Hier zijn de lounges voor het buisiness- en eerste klaspubliek. Her en der zijn er wat donkere hoeken met heerlijke stoelen waar massaal gepit wordt door de overstappers met lange tussenwachttijd. Er is zelfs een meditatiecentrum.
Als ik mijn hoofd om de hoek steek van het melkglaswitte kubusachtige 'hok' hoor ik een stem achter mij. Of ik hulp nodig heb of iets zoek? Ik draai mij om en zie een wat oudere man met een levensgenietersbuik, kalende kruin en spelend met een brilletje in zijn handen.
Hij werkt er al een tijdje en vertelt me dat dit een ruimte is waar alle religies gebruik van kunnen maken.
Op dat moment was een groepje behoofddoekte vrouwen druk in de weer met hun gebeden richting Mekka te richten. Op mij maakte het de indruk dat ze naar het westen aan het buigen waren, maar in dit soort gebouwen raak je al snel je orientatie kwijt. Een van de vrouwen komt bij de man informeren naar de juiste islamitische gebedstijden. Die weet hij niet, hij vindt dat hij niet alles kan bijhouden, laat staan dat het Arabisch leesbaar is voor hem.
Hij vertelt me dat de zuidamerikaanse man die er zit te wachten, door de marechaussee de toegang tot Nederland is geweigerd. Een van de pastors spreekt vloeiend Spaans en die komt er zo aan. De man staat op en zegt iets over kinderen die ergens op de luchthaven zitten te wachten op hem.
Veel mensen die geweigerd worden zien dit meditatiecentrum als een laatste hoop om toch het land in te komen. Helaas, later zie ik de man met vrouw en kinderen en de pastor voorbij lopen richting een gate. Uit wat voor ellende moet je komen om zo'n reis te ondernenemen met je hele gezin? Ze ogen gelaten.
Ondertussen vertelt de vrijwilliger dat in het centrum geen kruis aanwezig is en er eigenlijk niet iets speciaals is voor boedhisten en hindoes. Er is een hoek voor moslims, joden en christenen. Dat gaat over het algemeen prima, geen vuiltje aan de lucht. Als er weleens een opstootje of onenigheid ontstaat dan is dat meestal tussen de afstammelingen van Awraham/Ibrahim. Toch wil men graag alle religies onder een dak houden en geen aparte ruimte maken voor een moskee. Ben benieuwd hoe lang men dat kan volhouden.
Dan maar naar de lounge. Waar ik door een gastvrouw wordt ontvangen voor een gratis kopje koffie. Wat een verademing is de rust. Beneden de hectiek van het winkelen en hier lekker uitgezakt in een lekkere stoel. Mwah het leven kan erger zijn. Je kunt er internetten, wat lezen ,wat eten en zelfs aan een kinderhoekje is gedacht. De lounge is net geopend dus valt de kerverse bezoekers de eer te beurt om mee te doen aan een enquete. Vandaag ben ik gewoon voor alles in en als dank krijg ik een loodzwaar sjiek blad met allerlei huizen en zaken die ik nooit zal aanschaffen laats staan dat ik daartoe in staat zou zijn.
Het is tijd om te vliegen. Naast me zit een echtpaar uit Manchester. Op weg naar de choppe (bruiloft) van hun kleindochter in Herzliya. Ze zijn benieuwd naar hun nieuwe kleinschoonzoon. Ze hebben hem nog nooit ontmoet, maar hebben het volste vertrouwen in de nieuwe aanwinst. Net als de kleindochter is hij advocaat. Kijk dat biedt perspectief.
Haar man krijgt later een glas champagne aangeboden voor zijn verjaardag. Zijn vrouw is toch wel verbaasd. Hoe weet men nou dat hij vandaag jarig is? Gewoon uit het paspoort denk ik zo.
Ondertussen glijdt Tel Aviv onder mij door en is de vakantie pas echt begonnen. "Waarom reist u alleen?" zegt een hele norse dame van de paspoortcontrole. Tja er wil nooit iemand mee is mijn simpele antwoord. Ze kijkt me meewarig aan en stelt nog wat vragen om dan uiteindelijk mijn papieren weer terug te smijten. ah we zijn weer thuis! |
|
|